top of page
Zoeken

Hoeveel vissen kunnen er in een aquarium? Waarom de 1-cm-per-liter-regel niet werkt

5 dagen geleden
6 minuten om te lezen

Je koopt een aquarium van 60, 100 of misschien 200 liter en dan komt al snel de vraag: hoeveel vissen kunnen er eigenlijk in mijn aquarium? Online kom je regelmatig een simpele regel tegen: 1 centimeter vis per liter aquariumwater. Een vis van 5 centimeter zou volgens die regel dus ongeveer 5 liter water nodig hebben. In een aquarium van 100 liter zou je vervolgens twintig vissen van 5 centimeter kunnen houden. Lekker overzichtelijk. Alleen werkt een aquarium helaas niet zo.


Een neonachtige tetra van 4 centimeter stelt namelijk totaal andere eisen dan een stevige cichlide van dezelfde lengte. En tien rustige vissen van 3 centimeter kunnen soms prima samenleven in een aquarium waarin vijf zeer actieve of territoriale vissen van hetzelfde formaat absoluut geen goed idee zijn.


Meetlat

De vraag is daarom niet alleen hoeveel vissen per liter je kunt houden, maar vooral:

welke vissen wil je houden en wat hebben die vissen nodig?


De 1-cm-per-liter-regel wordt waarschijnlijk zo vaak gebruikt omdat hij makkelijk te begrijpen is. Als zeer grove waarschuwing tegen overbevolking in het aquarium kan hij misschien nog wat nut hebben, maar bij het daadwerkelijk samenstellen van een aquarium schiet hij flink tekort.


Dat komt doordat de regel alleen kijkt naar de lengte van een vis. Maar lengte vertelt lang niet het hele verhaal. Een vis van 10 centimeter is niet simpelweg twee keer zo groot als een vis van 5 centimeter. Een grotere vis heeft ook een veel groter lichaamsvolume, eet meer en produceert meestal aanzienlijk meer afval. Daarnaast houdt de regel geen rekening met:

  • hoe actief een vis zwemt;

  • of het een scholenvis is;

  • territoriaal gedrag;

  • de lichaamsbouw van de vis;

  • de hoeveelheid afval die de vis produceert;

  • de beschikbare zwemruimte;

  • zuurstofbehoefte;

  • waterwaarden;

  • filtering en stroming;

  • inrichting van het aquarium.

Daarom kun je twee aquaria van precies 100 liter hebben die tóch een compleet andere visbezetting aankunnen.


Kijk eerst naar de volwassen grootte van de vis

Een van de meest gemaakte fouten is rekenen met de grootte die een vis in de winkel heeft.

Veel aquariumvissen worden verkocht wanneer ze nog jong zijn.

Een visje van 3 centimeter kan uiteindelijk bijvoorbeeld 8, 15 of zelfs 30 centimeter worden. Bij het bepalen van je aquariumbezetting moet je daarom altijd uitgaan van de volwassen grootte.

Kijk bovendien niet alleen naar de lengte, maar ook naar de bouw van het dier.

Een slanke tetra van 5 centimeter heeft bijvoorbeeld een heel ander lichaam dan een forse goudvis of cichlide van dezelfde lengte. De totale belasting van het aquarium kan daardoor sterk verschillen.


Zwemruimte is minstens zo belangrijk als liters

Het aantal liters van een aquarium zegt verrassend weinig over de daadwerkelijke zwemruimte.

Neem bijvoorbeeld twee aquaria van ongeveer dezelfde inhoud. Een hoog en smal aquarium kan dezelfde hoeveelheid water bevatten als een veel langer aquarium. Voor actieve scholenvissen is dat langere aquarium meestal veel geschikter.Vissen zwemmen tenslotte niet in liters, ze zwemmen in ruimte.


Voor actieve soorten is vooral de lengte van het aquarium belangrijk. Andere vissen leven juist voornamelijk op de bodem en hebben meer aan een groot bodemoppervlak. Een mooi voorbeeld is de vuurtetra. Het is maar een klein visje van ongeveer 2 tot 2,5 centimeter, maar het blijft een scholenvis die ruimte nodig heeft om als groep te zwemmen.


Vergeet de groepsgrootte niet

Een veelgemaakte denkfout is:

"Mijn aquarium is niet zo groot, dus dan neem ik gewoon minder vissen van iedere soort."

Dat kan juist averechts werken. Veel populaire aquariumvissen zijn namelijk groeps- of scholenvissen. Denk aan tetra's, rasbora's, Corydoras en verschillende barbelen. Wanneer een soort eigenlijk met minimaal acht tot tien soortgenoten gehouden moet worden, is een groepje van drie niet ineens geschikt omdat het aquarium klein is. In zo'n geval kun je meestal beter kiezen voor minder verschillende soorten, maar grotere groepen per soort.


Een aquarium met één mooie school van vijftien kleine tetra's kan daardoor veel natuurlijker en rustiger zijn dan een aquarium met drie tetra's, drie rasbora's, drie barbelen en nog wat losse vissen. En vaak ziet het er nog mooier uit ook.


Gedrag kan belangrijker zijn dan formaat

Een kleine vis is niet automatisch geschikt voor een klein aquarium.

Sommige kleine vissen zijn ontzettend actief en zwemmen de hele dag door. Andere soorten verdedigen een territorium en kunnen medebewoners voortdurend wegjagen.

Bij territoriale vissen kan extra ruimte zelfs noodzakelijk zijn terwijl de totale hoeveelheid vis in het aquarium helemaal niet groot lijkt. Ook de verschillende zwemlagen spelen hierbij een rol.

Je kunt bijvoorbeeld soorten combineren die vooral gebruikmaken van:

  • de bovenste waterlaag;

  • het midden van het aquarium;

  • de bodem.

Daardoor wordt de beschikbare ruimte efficiënter benut dan wanneer alle vissen precies hetzelfde gedeelte van het aquarium opeisen.


Filtering bepaalt niet hoeveel vissen erin passen

Een krachtig filter is belangrijk, maar hier ontstaat regelmatig een andere misvatting:

"Ik heb een groot filter, dus ik kan meer vissen houden." Tot op zekere hoogte kan een groter biologisch filter meer afvalstoffen verwerken. Maar een filter maakt je aquarium natuurlijk niet groter.

Twintig vissen die te weinig zwemruimte hebben, krijgen niet ineens meer ruimte omdat er een enorme buitenfilter naast het aquarium staat. Filtering helpt vooral bij het verwerken van afvalstoffen die door vissen en voer worden geproduceerd. Daarbij spelen bacteriën een belangrijke rol. Zij zetten schadelijke afvalstoffen uiteindelijk om via de stikstofcyclus. Maar zelfs met een goed filter blijven voldoende zwemruimte, zuurstof en regelmatig onderhoud noodzakelijk.


Ook een goede stroming en circulatie in het aquarium helpt om zuurstof en afvalstoffen door het aquarium te verspreiden en vuil richting het filter te brengen.


Meer vissen betekent meer afval

Iedere vis eet. En wat erin gaat, komt er uiteindelijk ook weer uit.

Hoe meer vissen je houdt, hoe groter de biologische belasting van je aquarium wordt. Niet alleen door uitwerpselen, maar ook door voerresten en ander organisch materiaal. Dat betekent meestal:

meer vissen → meer voer → meer afval → hogere belasting van het aquarium.

Daarom kan een aquarium dat met tien vissen jarenlang probleemloos draait ineens instabiel worden wanneer er een flinke groep vissen bijkomt. Een aquarium heeft tijd nodig om zich aan een hogere belasting aan te passen. Voeg daarom liever niet in één keer een enorme hoeveelheid vissen toe aan een net ingedraaid aquarium.


Planten helpen, maar zijn geen vrijbrief

Een goed beplant aquarium heeft absoluut voordelen.

Gezonde aquariumplanten nemen voedingsstoffen op, produceren tijdens de verlichting zuurstof en bieden vissen beschutting. Zeker dicht beplante gedeelten kunnen ervoor zorgen dat vissen zich veiliger voelen. Maar ook een jungle van planten betekent niet dat je onbeperkt vissen kunt toevoegen.

Sterker nog: heel veel planten, hout en stenen nemen óók zwemruimte in. De inrichting moet daarom passen bij de vissen die je wilt houden. Voor bodembewoners kan bijvoorbeeld de keuze voor zand, grind of aquariumsoil belangrijk zijn. En met aquariumhout kun je schuilplaatsen en zichtbrekers creëren voor vissen die daar behoefte aan hebben.


Hoe bepaal je dan wél hoeveel vissen in je aquarium kunnen?

Er is geen perfecte rekensom voor het aantal vissen in een aquarium. Kijk liever naar drie belangrijke maatstaven:


1. Is het aquarium groot genoeg?

Kijk altijd naar de volwassen grootte van de vis. Als grove richtlijn kun je aanhouden dat de aquariumlengte minimaal ongeveer 20× de lichaamslengte van de (volwassen) vis zonder staartvin is. Let wel: actieve zwemmers hebben vaak meer ruimte nodig.


2. Kan de vis natuurlijk gedrag vertonen?

Een scholenvis moet in een voldoende grote groep gehouden kunnen worden, territoriale vissen hebben ruimte en schuilplaatsen nodig en actieve soorten moeten voldoende zwemruimte hebben.

Een kleine vis is dus niet automatisch geschikt voor een klein aquarium.


3. Blijft de waterkwaliteit goed?

Meer vissen betekent ook meer afval. Het filter, de bacteriën en het onderhoud moeten die belasting aankunnen. Ammoniak en nitriet horen niet meetbaar te zijn en nitraat mag niet extreem snel oplopen.

Kort gezegd: ruimte + natuurlijk gedrag + goede waterkwaliteit = een passende visbezetting.

Dat is een veel betere maatstaf dan simpelweg rekenen met 1 cm vis per liter.


Dus: hoeveel vissen kunnen er in mijn aquarium?

Daar is helaas geen vast aantal voor te geven. Kijk niet alleen naar liters, maar vooral naar drie dingen:

1. Ruimte: is het aquarium groot genoeg voor de volwassen vissen?

2. Gedrag: kunnen de vissen hun natuurlijke gedrag vertonen en in de juiste groepsgrootte leven?

3. Waterkwaliteit: blijft het aquarium stabiel en kunnen filter en onderhoud de belasting aan?

Als aan alle drie wordt voldaan, zit je meestal goed. De simpele regel van 1 cm vis per liter klinkt handig, maar vertelt lang niet het hele verhaal.


Begin daarom met de vissen die je écht graag wilt houden en bouw de rest van het aquarium daaromheen. En twijfel je tussen nét wat meer vissen of iets minder? Kies dan meestal voor iets minder.

Een aquarium hoeft niet helemaal vol te zitten om interessant te zijn. Juist wanneer vissen voldoende ruimte hebben, zie je vaak mooier en natuurlijker gedrag.


Wil je weten welke vissen goed passen bij jouw aquarium? Neem dan gerust contact met ons op of kom langs bij Aqua-Jungle. We denken graag met je mee over een visbestand dat niet alleen mooi is, maar vooral ook op de lange termijn goed werkt.

 
 
 

Opmerkingen


bottom of page